donderdag 1 februari 2018

Jasper

Tomorrow 17 years ago I became mother for the first time. Mother of a still born child.



Jasper had died the day before, on thursday 1 February 2001. We had seen him die on the ultrasound and heard his heart beat fade away. I or actually we had a massive bleeding on the placenta, one of the possible consequences of HELLP syndrome. I was only 26/5 weeks pregnant and at that time policy was to not do anything harmful for a mother under 28 weeks of pregnancy. A cesarian without blood platelets and with high reflexes ending in epileptic convulsions can be pretty harmfull. I told the obstetrician who made the ultrasound that it was ok. Deep in my heart I knew it was supposed to happen. Of course it wasn't really ok and afterwards I often thought, how could I be so cruel to say it was ok that my child was dying. Or was it just a reflection of that deep inner wisdom that I touched at that moment?

My whole belief system was shaken up by the death of my child. Until that moment I always secretly thought, this won't happen to me. Not only a child dying I mean, but with everything less desired that could happen to me. It had happened to me. My child died because my body failed, my body let my precious child die.

Please if you ever meet a parent of a still born child who is mourning (you can do/tell me these things now, I can handle them but I couldn't handle them at that time):
* don't start to scream when you are holding the child that he is cold and that the mother should warm the child. You can warm up a dead child but it won't start to live again. If warming up would be the solution, the mother would have done it for sure. Really.
* don't tell the mother she is still young and can have another baby. That doesn't take the pain away in any way.
* don't tell the mother you know about another child who was born under 28 weeks of pregnancy who is doing perfectly fine. You cannot compare children, HELLP syndrome also sickens the child a lot. And it hurts. It just hurts. Now you can tell me, and we can talk about it. I know that some children live and others don't. But those first months after Jasper's birth, I could not hear these words.
* don't tell the parents not to give the same name to their next child (of course we didn't but if we would have, it would have been our choice) or to compare the next child with Jasper. First, I never saw Jasper take a breath on earth and second, Tijmens birth was still a long time ahead of us. I wasn't planning of comparing him with a still born child. Tijmen was far from still born :)
* don't tell how long someone can mourn or think that the different stages of mourning described in books are a linear process. You can do perfectly fine for weeks and then suddenly it hits hard, my child died because my body failed. It still hits hard sometimes.
* don't tell me (at least me, it might be different for someone else) it was not my body that failed. It was my body who made a mistake with the umbical cord, with the placenta, with blood pressure. It were my kidneys and my liver who completely failed, it simply was like that.

Please remember Jasper for who he was. A tiny little baby who died at the (in some ways) safest or at least warmest place on earth. Please know that I am more than grateful to have four super lively children. I would not have believed that 17 years ago.

To Jasper. 


donderdag 26 januari 2017

Gezin in de knel

Eerder schreef ik een blog over onze kinderen die op school in de knel zaten. Twee scholen verder hebben we besloten om nu eindelijk te gaan doen wat we eigenlijk altijd al wilde gaan doen maar niet durfden, thuisonderwijs geven. En dat niet durven, dat had zo zijn redenen, blijkt nu wel. Met onze kinderen gaat het goed (hoewel ze onze spanning in meer en mindere mate zeker mee krijgen). Vol levenslust ontwikkelen ze zich nu.

Voor ons zijn het momenteel zeer zware tijden. Thuisonderwijs is in Nederland sterk door de wet ingeperkt en de beeldvorming ten opzichte van thuisonderwijs is vrij negatief. De heer S. Dekker heeft een brief gestuurd naar alle leerplichtambtenaren met het verzoek vrijstellingen zoveel mogelijk te beperken, mensen zoveel mogelijk juridisch te vervolgen en moedigt het doen van zorgmeldingen bij Veilig Thuis (vroeger AMK) aan. Hij heeft immers het Passend Onderwijs uitgevonden en daar hoort thuisonderwijs (wat je op zich een passende vorm van onderwijs zou kunnen vinden voor sommige gezinnen en sommige kinderen) niet bij.

En in al die tegenstroom waarin wij ons bevinden, hebben wij nu besloten dat het voor de ontwikkeling van onze kinderen noodzakelijk is om thuisonderwijs te geven. Tel uit je winst. Dat betekent slapeloze nachten, Dat betekent een voortdurende onderstroom van spanning en stress, terwijl we ook het gezin draaiende houden, de kinderen een mooie dagvulling geven met veel sociale contacten en activiteiten buitenshuis. Terwijl we ook taarten bakken om een verjaardag te gaan vieren en stiekem achter mama's rug om cadeautjes in elkaar knutselen. We oefenen met lezen, mooi aan elkaar schrijven, Nederlands praten, tekenen, kleuren en papier vouwen en we weten nu alles over de nieuwe ionenmotor, een ontwikkeling van de toekomst.

Terwijl er zoveel kinderen in Nederland daadwerkelijk in de knel zitten, heeft de politiek en de uitvoerders daarvan zijn pijlen op ons, thuisonderwijzers gericht. Wij raken gewend aan taalgebruik als zorgmelding, proces verbaal, naar de rechter, in hoger beroep.

En eigenlijk snap ik er helemaal niets van. Deze hele discussie gaat namelijk niet over de kinderen en hun ontwikkeling. Deze discussie gaat over ego's, wetgeving en de interpretatie en uitvoering van die wetgeving. Er circuleren beleidsdocumenten over de aanpak van thuisonderwijs waarin je geen enkele keer het woord "kind" leest. Handhaving, juridische procedures, zorgtrajecten, dat zijn de woorden die je terugziet. En gaat het dan om heel veel kinderen? Nee eigenlijk helemaal niet. De kinderen die thuiszitters worden genoemd, dat zijn er veel. Dat zijn kinderen die eigenlijk naar school willen (of de ouders willen dat) maar niet kunnen, zo'n 16.000 in totaal. Dat zijn de kinderen waar de overheid eigenlijk hulp aan aan zou moeten bieden. Een daadwerkelijk passende plek. De kinderen die thuisonderwijs krijgen, dat zijn er tussen de 200 en 2000, precieze aantal onbekend. Deze kinderen zitten al op een passende plek maar mogen daar niet zijn.  

Inmiddels hebben onze jongste drie kinderen vrijstelling van de leerplicht, door een zeer begripvolle GGD arts en LPA. Die bleken gelukkig ook nog te bestaan. Toch laat ik deze blog staan, wetende dat er nog veel gezinnen in ongeveer dezelfde problemen verkeren als wij deden of dachten te doen. 

zondag 4 december 2016

Ben ik gek?

Eind vorig schooljaar kwamen wij tot de conclusie dat school niet de plek is waar onze kinderen zich kunnen ontwikkelen. Dat zij er bij gebaat zijn om vanuit de thuissituatie de wereld te gaan verkennen en te gaan floreren. 

Nu mag je dat in Nederland als ouders niet zelf beslissen, daar word je niet deskundig genoeg voor geacht. Dus moet een onafhankelijk deskundige jouw kind onderzoeken. Zo ook bij onze middelste twee. 

Aan Siem vroeg ik wat hij van deze onderzoekster zou willen weten. Siems vraag was: "Ben ik gek?" Die vraag kwam vanuit zijn tenen en was diep gemeend. Zo lang heeft hij geprobeerd zich aan te passen aan het systeem, aan verschillende systemen, om steeds weer tot de conclusie te komen dat het niet paste. Een van de conclusies van de onderzoekster is: "Siem is niet gek".

Op dit moment wachten wij nog steeds op het officiële bericht dat onze kinderen inderdaad het beste thuis zich kunnen ontwikkelen. Ook dit brengt ontzettend veel spanning met zich mee, voor ieder op zijn eigen niveau.

 En dat allemaal omdat wij als ouders in Nederland niet zelf de conclusie mogen trekken dat onze kinderen niet passen in het schoolsysteem. 

Dit is een facebook pagina https://www.facebook.com/Ljusethuset/?hc_ref=PAGES_TIMELINE&fref=nf van een mevrouw die naar Zweden vertrok. Zij vertelt in een filmpje op haar pagina aan onder andere Siem dat hij inderdaad niet gek is. 

Wat erg eigenlijk dat wij dit onze kinderen aan moeten doen..........dat een kind als Siem zich al vanaf jonge leeftijd moet afvragen of hij gek is omdat hij het niet trekt op school. Omdat hij graag thuis wil zijn en vanuit zijn eigen zeer sterke intrinsieke motivatie wil leven, de wereld wil verkennen. 

En dat wij als ouders ons zo lang in het systeem hebben laten mee voeren zodat ons kind zo beschadigd is geraakt dat hij zich af moet vragen of hij gek is. Nee hoor, Siem is helemaal niet gek. En zijn broertjes zijn dat evenmin.


zondag 13 november 2016

A real boy! Toespraak bij start OII Nederland augustus 2016

When we were told, in October 2009, that we were allowed to adopt Qiujun from China and his medical file saying “pseudo hermafroditism” (words still used in China at that time) we sought all kind of information on the internet. I contacted Juliette who was voorzitter for DSDNederland at that time but we also contacted American parents groups. We found a lot of information about Chinese adopted children with an intersex condition and we knew that we had to be open about our childs gender. As you might know, one of the first things other people ask when you tell them you are having a child is, is it a boy or a girl. That question remained unanswered.
In China we received the most beautiful child on earth, with a huge developmental delay but full of life. The first years, it was a long road to let him understand the basics of language, which he did not have (he did not speak Chinese) and let him experience all kind of things in our culture children experience. One day he discovered trees and after a year he realised he could smell things. Of course he always smelled things but he was not aware of that sensory fact of life.
One of the biggest culture shocks in our lives was our first visit with him to the urologist. He started to study him right away, without any sense of privacy or delicacy of being naked before an unknown person. The other urologist entered and told us that our child was a real boy and would only need one operation and then he would be able to pee in the pond with his friends. Since my other two children would never pee in ponds with their friends and I did not know there existed a definition of a real boy, we were kind of shocked. We told them no operations on our kid and they more or less fell of their chairs. They told us we would only find the frustrated stories on the internet, from frustrated people. The good ones about operations that were a success, we would not hear.
After this shocking experience we were glad to be able to contact other parents in the United States and of course Arlene Baratz a medical advisor specialist in intersex conditions. She told me our kid would always be different, no matter what operations he would undergo. She told me we were beautiful parents and strong enough to raise our child our own way. She more or less advised us not to listen to the urologists. So she confirmed the feeling we already had, that it was our child to decide whatever would happen to his body at an age he would understand deeply what the doctors tell him. We also contacted a lawyer in the United States, if we could be forced to let them operate our child. This states how powerless we felt in the urologist presence.
In the United States there is a yearly meeting for parents with children with an intersex condition and persons with an intersex condition. We decided to go there once Qiujun would be old enough and understand English. They were our only contact with others in the same position as we were and we felt sorry to live so far away from them.
Luckely, in Dutch adoption groups we found other parents with children with an intersex condition and we formed a group with yearly informal meetings. With two other families, one of them is here as well, we met more often and our children are getting to know each other better every time. We find it very important for our young children to grow up with other children with more or less the same condition as they have. We feel blessed to have found new friends, who understand the things we sometimes have to face with our beautiful children.
In August 2015 we were allowed to adopt another beautiful child from China with an intersex condition. He completed our family. The story in the hospital repeated itself. We met the same urologist, who told my husband our kid is a real boy and needed only one operation to be able to function as a boy.
Our netwerk in the Netherlands started to grow, we came to know Miriam and Saskia and together with K and Marjolein, who is not here today, we became aware that there were also Dutch families with children born with them, who would like to have more contact with other parents. So we decided to make another facebook group and without knowing she did, Miriam created the name, the Roosjes. This spring, Marjolein, K and I took a leap of faith and organised a meeting for children, family members of and people with and intersex condition. We had a great meeting, without any medical pressure, just a place to talk about issues we are facing while our children were playing together and getting to know each other.
With this organisation we hope in a kind of way to formalise the possibility to organise these meetings. Meetings where we can just be ourselves, in a safe surrounding talking with others, learning from each other and maybe one of the most important things, enjoying eachothers company. We do not have to travel to the United States to meet others anymore, although maybe one day we will, just for the fun of it.  

There is one thing that connects us in the first place but so many things that make us enjoy each others company as human beings. Because that’s what we all are, human beings ….

zondag 19 juni 2016

Gaat hij nog niet naar school?


http://adoptieoudersonline.nl/gaat-hij-nog-niet-naar-school/

Hierbij de tekst van mijn blog op adoptieoudersonline.nl

Inmiddels zijn we aan de vraag gewend geraakt of Chunlian nog niet naar school gaat. Deze vraag wordt ons al het hele jaar gesteld. Iedere keer antwoorden wij dat hij nog niet naar school hoeft ook al is hij al zes omdat hij vrijstelling heeft van de leerplicht. Om te kunnen wennen en hechten. Om te kunnen landen in zijn nieuwe wereld waar hij nog iedere dag nieuwe dingen ontdekt.
Wat mensen vervolgens vaak vragen is of hij op deze manier wel Nederlands leert. Best een bijzondere vraag want ik spreek geen Chinees met hem en sta zo ongeveer de hele dag tot zijn beschikking. We hebben wel eens onze stille momenten maar ik ben er op gespitst om hem te begrijpen, met hem te praten, zijn zinnen goed terug te geven, te benoemen, aan te sluiten bij zijn interesses.
Of hij het spelen met andere kinderen niet heel erg mist. Ja soms wel. Maar niet genoeg om hem weer de grote wereld in te sturen, waarin hij al zo lang geleefd heeft met zijn effectieve overlevingsmechanismen. We willen hem zo ontzettend graag laten voelen dat papa en mama er altijd voor hem zijn. Dat hij zichzelf niet meer groot hoeft te houden om de dag door te komen, dat hij zijn overlevingsmechanismen van zich af mag gooien omdat hij die niet meer nodig heeft. Dat hij kwetsbaar mag zijn.
Het is een bijzondere reis die we samen maakten het afgelopen jaar. We leerden elkaar kennen in voor- en in tegenspoed. We wandelden veel in de Soesterduinen, met onze honden. Soms deden we een uur over tweehonderd meter heen en weer. Aan mijn hand klimt hij in bomen en springt hij weer naar beneden. Met stokken maakt hij tekeningen in het zand. Soms heb ik er moeite mee dat hij niet even doorloopt en moet ik mezelf streng toespreken; vertragen vertragen vertragen. Dat leerde ik ooit bij babymassage en werd een mantra voor me. Hij maakte vele vrienden op het zand, andere mensen die ook hun honden uitlaten daar en bewonderend toekijken hoe hij zich ontwikkelt. Eén ontmoeting is voor hem genoeg om te weten of iemand een interessante riem (zo’n flexlijn) bij zich heeft, een mooi fluitje om de hond te fluiten, een werpstok met tennisbal of brokjes om aan de honden te voeren. Zijn grootste wandelvriendin heeft een prachtige bakfiets met plaatjes van Woezel en Pip erop en daar mag hij elke dag na het wandelen even een rondje in maken, samen met hond Harrie.
We doen samen de boodschappen en we verkennen huis en tuin. Chunlian doorzoekt alle kasten en ruimtes in het huis, speelt met speelgoed dat al jaren opgeborgen ligt, zit uren in de zandbak taartjes te bakken, wast het wagenpark in de tuin met enige regelmaat. De ontdekking van de slak was groots, een klein wonder dat gewoon in onze tuin bleek rond te kruipen. Hij fietst rondjes op het plein voor ons huis met beer voorop in het poppenzitje, gaat op zijn roze rolschaatsen met roze barbie beschermers naar buiten, skeltert nog eens een rondje en probeert de driewieler uit want die had hij in China ook in het weeshuis. Deze activiteiten wisselen elkaar in zeer rap tempo af.
Als hij gaat plassen, meldt hij dat altijd en als hij moet poepen, waarschuwt hij me extra, want dan moet ik goed luisteren of hij klaar is en ik zijn billen moet afvegen. Een keer maakte ik namelijk de fout om door te gaan met stofzuigen en daar kwam hij zelfs met zijn megavolume niet overheen. Hij zorgt van zijn kant sowieso altijd heel goed dat ik weet wat hij doet, voor het geval ik even niet oplet. Hij is watervlug en na een keer iets gezien te hebben, weet hij voor de volgende keer hoe het moet. Dat betekent dus ook dat hij zelf zijn chocomelk in de steelpan wil doen om op te warmen. Het vuur aansteken van het gasfornuis laat hij aan mij over, na duidelijke instructies mijnerzijds. Hij meet zichzelf zeer regelmatig om te zien of hij al gegroeid is, aan de deur, aan de takken van de bomen waar hij dan kennelijk eerst niet bij kon en nu wel (niet zeggen dat ze nu wat lager hangen omdat er blad aan gekomen is) en langs de lichamen van andere mensen die allemaal braaf knikken dat hij inderdaad ontzettend gegroeid is.
Omdat hij elk moment van de dag bij me is, tenzij zijn vader wat met hem doet, hebben we elkaar goed leren kennen. Dat is voor ons beiden zeer waardevol want we misten toch een jaar of vijf. Inmiddels kan ik hem lezen alsof ik hem vanaf dag één al ken terwijl ik weet dat ik nog veel over zijn eerste jaren mis.
Natuurlijk heb ik ook regelmatig momenten gehad dat ik dacht, laat me even een dagje met rust. Ga naar school en laat mij luisteren naar mijn eigen gedachten. Maar juist dat soort momenten waren keerpunten in de ontwikkeling van onze relatie als moeder en kind. Juist op dat soort momenten wist ik dat ik moest gaan omdenken, dat ik een stap moest gaan zetten om te zorgen dat alles weer zou gaan stromen, dat ik moest reflecteren op mijn eigen gedrag en daar iets aan moest gaan veranderen. Ik had geen ontsnappingsmogelijkheden en moest dus mezelf toespreken. Nu is Chunlian niet mijn eerste en had ik dat al wel kunnen oefenen met zijn grotere broers maar Chunlians aanwezigheid voelt voor mij als de kers op de taart. Alles wat ik in de afgelopen jaren aan ervaring, kennis en gevoel heb kunnen verzamelen kon ik nu optimaal gebruiken om hem in zijn nieuwe wereld zich te laten ontwikkelen.
Af en toe is hij nu samen met mij op school en speelt hij bij de andere juf terwijl ik met andere kinderen aan het werk ben. Als hij naar de wc moet, word ik daarover ingelicht, hij komt me vertellen dat hij zijn boterham gaat eten en na een paar uurtjes gaat hij weer blij met mij mee naar huis.
Het grootste geschenk van dit afgelopen jaar thuis is dat ik heb gezien dat Chunlian heeft leren voelen dat hij kwetsbaar mag zijn. Nog steeds is dit spannend voor hem en blaast hij vaak hoog van de toren maar toch zie ik af en toe een klein kwetsbaar kind. Een prachtig klein kwetsbaar opperbevelhebbertje.

woensdag 4 mei 2016

Jeffry

Lieve Jeffry,

Ik leef nog in de veronderstelling dat je weer ieder moment terug kunt komen. Dat je je realiseert dat je een vergissing hebt gemaakt, dat je eigenlijk niet wist dat je zo geliefd was bij zoveel mensen, die onvoorwaardelijk van je hielden, gewoon omdat jij jij bent. Tegelijkertijd weet ik ook dat, omdat jij jij bent, het geen vergissing was voor jou. Voor mij wel.

Dat waar je zo goed in was, is op een of andere manier ook je valkuil geworden. Je kon je zeer goed in mensen inleven, met zeer veel compassie. Je snapte alles, niets menselijk was jou vreemd. Je luisterde, je praatte, je maakte tijd, je was attent, je was perfect zoals je was. Maar op een of andere manier bekeek je jezelf niet met de compassie waarmee je anderen bekeek.

En als wij dan naar huis gingen, na een dag met jou te hebben opgetrokken, naar onze kinderen, partners, dieren en meegezogen werden op de stroom van levens waar ons leven zich aan toevoegde, ging jij alleen naar jouw huis en probeerde je vrede te vinden in alles wat jouw gevoelige wezen opgezogen had aan denkbeelden en woorden uit het verleden en heden. Zo stel ik het me voor.

Terwijl jij de perfectie benaderde op diverse vlakken, want ohh wat ben je knap en wat wist je jouw mannelijke en vrouwelijke kanten in een mooi evenwicht te laten zijn, was dit kennelijk toch niet goed genoeg voor jezelf, om jezelf echt rust en vrede te geven.

Had ik het maar geweten, dat je zo diep in de put zat. Je had me altijd mogen bellen, skypen, weet ik veel. Onze deur stond altijd open, je had deel mogen zijn van ons gezin, onvoorwaardelijk. En als ik de reacties op facebook zo lees, ben ik niet de enige die wenst dat het zo had mogen gaan. Dat je om hulp had gevraagd op je diepste dieptepunt. En dat iemand van ons je daadwerkelijk had kunnen helpen.

Had ik er maar voor je kunnen zijn, had je me maar laten zijn, juist op die ongrijpbare momenten die onberedeneerbaar moeilijk zijn in het leven. Dat had ik met liefde en overgave gedaan, zoals jij met liefde en overgave voor anderen zorgde.

Ik weet dat je er nog bent, in een andere vorm, dat je alle liefde voelt die wij allemaal voor jou voelen en dat als je rustig over bent naar de andere kant ons contact een andere en mooie vorm zal krijgen.

Voor nu stuur ik je al mijn liefde en wens ik je een vredige overgang naar jouw nieuwe wereld. Voel je niet alleen op je reis, want je bent in de gedachten van velen die jouw al het moois toewensen.

En stiekem hoop ik nog steeds dat je weer terug komt.

Met liefde,

Jouke

woensdag 10 februari 2016

Sofie, ons wolfje

Sofie is een bijzondere hond. Sofie had een missie in haar leven, ze beschermde mij en de roedel. Ze gunde me alles en ze was er altijd voor me. Nadat ik haar meer dood dan levend meenam van straat in Bolivia, was ze de meest trouwe hond die ik me kon wensen. En als Boliviaanse wolven bestaan hadden, dan was zij er daar eentje van geweest.

Nu bijna achttien jaar nadat ik haar van straat plukte, is ze op. Haar koppie niet maar haar lijf wel. Ze is net zo graatmager als ze was toen ik haar vond, haar poten zijn versleten en de spieren die haar zo hard lieten rennen, zijn verdwenen. De wil is er nog en op die wil liep ze tot vorige week gewoon nog een half uur mee met de andere honden. Ze pikte hun knaagbotjes af en begroef ze in de tuin. En te wilde honden liet ze duidelijk merken dat ze zich wat rustiger moesten gedragen. Nu kan ze niet meer. Ze is op. Maar het leven dat haar zo kostbaar was, is niet zo makkelijk los te laten.

In de achttien jaar van haar leven veranderde en groeide de roedel. Haar maatje Akkie vertrok, andere honden kwamen. Kinderen kwamen en werden groter. Zij zag het allemaal gebeuren en volgde me op de voet. Als ik kookte, stond ze tussen mij en het aanrecht in. Als ik stofzuigde, stond ze daar waar ik wilde zuigen. Bezoekers liet ze knoeien met hun drinken door haar neus onder hun arm te schuiven en die arm omhoog te duwen. De ruitenwissers van de auto vond ze doodeng, het commando "zit" ging geheel aan haar voorbij en de roedel beschermde ze bij het wandelen wel zo effectief dat we haar meestal maar aanlijnden bij ontmoetingen met andere honden. Ze hield niet van ruzie of geschreeuw in het gezin en haar dovigheid de laatste jaren was wat dat betreft ook wel een soort zegen.

Na de levenloze geboorte van onze eerste, stond ze vooraan om me uit het diepe dal weg te houden dat op me wachtte. Ze hield me samen met Akkie in het hier en nu.



Onvoorstelbaar hard kon ze rennen op het strand, met haar lange poten en slanke lijf. Akkie hield haar niet bij. Achter meeuwen aan, door de branding, grote cirkels om ons heen. Zoals een hond bedoeld is, zoiets. Op het strand zitten was er voor ons niet bij, dan groef ze wel zo effectief een kuil onder onze kont dat we daarin wegzakten. Altijd.

Als mensen vroegen naar haar ras zei ik dat ze de ultieme kruising was van alle honden. Ze werd ook wel voor wolf aan gezien en als ze besloot iemand uit de roedel te weren, kon ze er behoorlijk angstaanjagend uit zien.

Na onze eerstgeborene, Jasper, volgde er nog vier maal de komst van een kind. Na Akkies vertrek kwamen er nieuwe honden en met haar 12 jaar genoot ze van de komst van Nyima die ze in haar eigen stijl zorgvuldig opvoedde.


Nu ligt ze naast me en kan iedere ademhaling de laatste zijn. Ze is moe. Haar ogen staan nog helemaal helder en als ze wakker is volgt ze wat er gebeurt. Maar meer kan ze niet. We geven haar de tijd om afscheid te nemen van het leven op haar eigen wijze.



We laten haar langzaam wegdrijven op weg naar de lange tunnel die haar naar het licht zal leiden. Haar langzame afscheid is haar laatste grote cadeau aan mij, om te wennen aan haar afwezigheid en al te kunnen rouwen terwijl ze er nog is. Ze wordt opgewacht door vele andere honden en Jasper zal haar vast met open armen ontvangen. Een laatste sprong in het diepe, achttien jaar nadat wij samen een andere grote sprong maakten die onze levens aan elkaar verbond.

Dag lieve wolvendame. Op een dag ontmoeten we elkaar weer en tot die tijd zorg ik goed voor onze roedel. Ga met een gerust hart.